Wettelijke regeling

Alle informatie over de huidige wettelijke regeling van geestelijke gezondheidszorgberoepen en de beoefening van psychotherapie vind je op de site van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid.

We bieden op deze pagina louter feiten en interpretaties. Deze houden geen goedkeuring of beoordeling in van het wettelijk kader. Juridische referenties vind je hier.

Samenvatting

Psychotherapie is een behandelvorm in de gezondheidszorg waarin men op een consistente en systematische wijze een samenhangend geheel van psychologische middelen hanteert, die geworteld zijn binnen een psychologisch wetenschappelijk referentiekader. Ze wordt uitgeoefend door iemand die daartoe is opgeleid, binnen een relatie psychotherapeut - patiënt/cliënt.

Klinisch psychologen, klinisch orthopedagogen en artsen zijn, mits de nodige bijkomende opleiding, gerechtigd om de psychotherapie te beoefenen. De verplichte erkennings- en registratieprocedure van de vereiste diploma’s per gezondheidsberoep garandeert dat de vereiste specifieke opleidingen erkend zijn, dat de juiste beroepsopleiding gevolgd is, dat permanente bijscholing werd gevolgd en dat er voldaan wordt aan de voorwaarden die in de regelgeving zijn vastgelegd.

Een aantal hulpverleners kan de rechten op een andere manier verwerven. Een deel van hen kan echter enkel psychotherapeutische handelingen stellen onder supervisie van een collega, in interdisciplinair verband en met regelmatige intervisie.

Wettelijk kader

Hoe beschermt de wet de beoefening van psychotherapie?

De Wet op de Uitvoering van de Gezondheidszorg (WUG, 1) beschermt de beoefening van gezondheidszorg door:

  • een reglementering van titels (titelbescherming),

  • het voorbehouden van bepaalde activiteiten (zoals psychotherapie) aan welbepaalde beroepstitels (beroepsbescherming),

  • bijkomende voorwaarden voor het wettig uitvoeren van bepaalde activiteiten (zoals psychotherapie).

Zo zijn in België volgende medische beroepen of “WUG-beroepen” gereglementeerd: geneeskunde, tandheelkunde, artsenijbereidkunde, vroedkunde, verpleegkunde, zorgkundige, kinesitherapie, klinische psychologie, klinische orthopedagogie, hulpverlener–ambulancier. De beoefenaars van deze beroepen worden “WUG beroepsbeoefenaars” genoemd.

De wet van 4 april 2014 (2) en de wet van 10 juli 2016 (3), in werking getreden op 1 september 2016, introduceerden twee nieuwe gezondheidszorgberoepen en hun activiteiten in de WUG: de klinische psychologie en de klinische orthopedagogie.

Is psychotherapie een beroepstitel of een behandelingsvorm?

De psychotherapie is geen beroepstitel in de WUG, maar een behandelingsvorm of subspecialisatie, voorbehouden aan klinisch psychologen, klinisch orthopedagogen en artsen. Ook andere artsen dan de artsen gespecialiseerd in geestelijke gezondheidszorg (psychiaters) kunnen dus wettig de psychotherapie beoefenen. In deze tekst zullen we verder naar deze beroepsbeoefenaars verwijzen als de geestelijke gezondheidszorgberoepen (GGZ-beroepen).

De WUG omschrijft de psychotherapie als:

“een bijzondere behandelingsvorm waarin men op een consistente en systematische wijze een samenhangend geheel van psychologische middelen (interventies) hanteert, die geworteld zijn binnen een psychologisch wetenschappelijk referentiekader en waarbij interdisciplinaire samenwerking is vereist.”

De memorie van toelichting bij de wet van 10 juli 2016 verduidelijkt verder de verhouding tussen de GGZ-beroepen en de psychotherapie, maar enkel met betrekking tot de klinische psychologie:

“De klinische psychologie omvat een zeer breed spectrum van psychologische zorgen, gaande van infoverlening, voorlichting, preventie, sensibilisering tot psychodiagnostiek, behandeling en readaptatie. Het gaat hier met andere woorden om het basisniveau van psychologische gezondheidszorgverstrekkingen.

De psychotherapie daarentegen is één van de specialisaties binnen één aspect van de geestelijke gezondheidszorg, met name het behandelluik. Het is een behandelvorm die zich richt tot mensen met een complexere psychologische problematiek of psychologische stoornis die nood hebben aan een vaak langer durende behandeling ingebed in een specifieke therapeutische relatie; hiervoor is een specifiek aanvullende training vereist.”

Diagnostiek en behandeling vormen de basisactiviteit van GGZ-beroepen. Zij kunnen zich verder specialiseren tot het beoefenen van de psychotherapie als behandelingsvorm, door een specifieke opleiding en een professionele stage (1):

  • een specifieke opleiding psychotherapie van minstens 70 ECTS-punten bij een universitaire instelling of een hogeschool. Deze specifieke opleiding kan reeds tijdens de basisopleiding worden doorlopen (2).

  • een professionele stage van minstens twee jaar voltijdse uitoefening (of gelijkwaardig bij deeltijdse uitoefening). De stage kan doorlopen worden tijdens de opleiding psychotherapie (3).

Wie kan wettig de psychotherapie beoefenen?

Sinds 1 september 2016 kunnen in regel enkel GGZ-beroepsbeoefenaars (klinisch psychologen, klinisch orthopedagogen en artsen) de psychotherapie beoefenen, mits het doorlopen van een specifieke opleiding en een professionele stage.

Echter, een reeks uitspraken van het Grondwettelijk Hof (1, 2, 3) heeft tot gevolg dat ieder die vóór 1 september 2016 de psychotherapie beoefende, deze activiteit wettig kan verder zetten:

“Bijgevolg mogen de personen die, vóór de inwerkingtreding van de bestreden wet, de psychotherapeutische praktijk uitoefenden zonder te voldoen aan de vereisten van die wet, die praktijk blijven uitoefenen in afwachting dat de wetgever de nodige overgangsmaatregelen neemt om de door het Hof vastgestelde ongrondwettigheid te herstellen”

Ieder die vóór die datum de psychotherapie beoefende, ongeacht het al of niet beschikken over een beroepstitel, en ongeacht het doorlopen van een opleiding of stage, kan dus wettig de psychotherapie blijven beoefenen of op ieder moment deze activiteit hernemen. Na het inwinnen van juridisch advies nemen wij aan dat dit niet geldt voor personen die tijdens het academiejaar 2015-2016 in een opleiding psychotherapie waren ingeschreven.

De WUG kent daarnaast “verworven rechten” toe aan drie groepen (4):

  1. Personen die uiterlijk in het academiejaar 2015-16 de opleiding psychotherapie met vrucht afrondden, op voorwaarde dat zij:

    • houder zijn van een WUG beroepstitel of minimum over een bachelorsdiploma beschikken,

    • uiterlijk op 1 september 2018 een bewijs kunnen voorleggen van de uitoefening van de psychotherapie.

  2. Personen die een opleiding psychotherapie volgden tijdens het academiejaar 2016-17, op voorwaarde dat zij:

    • houder zijn van een WUG beroepstitel of minimum over een bachelorsdiploma beschikken,

    • de opleiding psychotherapie met vrucht doorlopen.

  3. Personen die een opleiding van minimum bachelor niveau volgden tijdens het academiejaar 2016-17, op voorwaarde dat zij:

    • deze opleiding met vrucht doorlopen,

    • een specifieke opleiding psychotherapie en een professionele stage doorlopen zoals hoger omschreven.

Werken psychotherapeuten autonoom?

GGZ- en andere en WUG-beroepsbeoefenaars die door het algemeen wettelijk kader, door de uitspraken van het Grondwettelijk Hof, of door verworven recht de psychotherapie mogen beoefenen, mogen dit steeds op autonome wijze (1).

Personen zonder WUG-titel die door het algemeen wettelijk kader, door de uitspraken van het Grondwettelijk Hof, of door verworven recht de psychotherapie mogen beoefenen, mogen dit niet op autonome wijze (2). Zij moeten bijkomend voldoen aan twee voorwaarden:

  • Zo mogen personen zonder WUG-titel de psychotherapie enkel beoefenen onder toezicht van een autonome beoefenaar van de psychotherapie (die hierdoor een bijzondere verantwoordelijkheid krijgt als supervisor). Dit toezicht hoeft echter niet permanent te zijn, het kan ook onder de vorm van regelmatige multidisciplinaire besprekingen (3):

“Onder het begrip “supervisie” wordt verstaan dat voornoemde personen die niet erkend zijn conform de WUG, onder toezicht van een arts, klinisch psycholoog of klinisch orthopedagoog werken. Dit toezicht hoeft niet per se continu te zijn en veronderstelt geen permanente fysische aanwezigheid. Het kan ook gaan om periodieke multidisciplinaire teambesprekingen met voornoemde beoefenaars.”

  • De beoefening moet plaatshebben in interdisciplinair verband met intervisie (3):

“Intervisie is gekoppeld aan interdisciplinariteit. Beide zijn gericht op de uitwisseling en de bespreking, uitgaande van de verschillende en specifieke benaderingen van elke discipline, van de symptomen en van behandelingen van de patiënten. Die bespreking heeft gezamenlijk plaats, in een vergadering. Intervisie vereist echter niet permanent de fysieke aanwezigheid van alle betrokkenen.”

Wat kan ik doen bij vermoeden van onwettige beoefening?

Indien je iemand zich in de media of in je naaste omgeving voorstelt als een (autonoom) beoefenaar van de psychotherapie, maar je vermoedt dat deze hiertoe niet gerechtigd is, kan je contact opnemen met het callcenter van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid om de nodige informatie te bekomen. Wordt je vermoeden bevestigd, dan kan je klacht indienen bij de betrokken provinciale geneeskundige commissie of het parket, afhankelijk van het vermeende beroep van de betrokkene:

  • Doet de hulpverlener zich onterecht voor als beoefenaar van de psychotherapie in het kader van een gezondheidszorgberoep (bv. verpleegkundige, arts, klinisch psycholoog, … al dan niet met de nodige erkenning)? Dan kan je klacht indienen bij de Provinciale Geneeskundige Commissie.

  • Stelt de hulpverlener zich niet voor als persoon met een gezondheidszorgberoep, maar wel onterecht als beoefenaar van de psychotherapie, dan kan je dit melden bij het parket: hetzij als getuige, hetzij als slachtoffer.

Mogelijke wijzigingen

Komen er overgangsmaatregelen voor psychotherapie-beoefenaars actief vóór 1 september 2016?

De uitspraken van het Grondwettelijk Hof die er toe hebben geleid dat ieder die vóór 1 september 2016 de psychotherapie beoefende, deze activiteit wettig kan verder zetten, voorzien dat er later nog bijkomende voorwaarden of “overgangsmaatregelen” kunnen opgelegd worden aan deze groep psychotherapie-beoefenaars. De wetgever is hiertoe niet verplicht.

Kunnen de GGZ-beroepen nog uitgebreid worden?

Via een Koninklijk Besluit kunnen later behalve klinisch psychologen, klinisch orthopedagogen en artsen ook andere WUG-beroepen het recht krijgen om na hun opleiding en stage de psychotherapie autonoom te beoefenen (1).

Wat zijn de ondersteunende GGZ-beroepen?

De wet van 10 juli 2016 (1) voorziet de mogelijkheid om in de toekomst “ondersteunende geestelijke gezondheidszorgberoepen” te regelen. Deze zouden de autonome beoefenaars van de psychotherapie assisteren en op hun voorschrift, onder hun toezicht, handelingen uitvoeren die tot de psychotherapie behoren (2):

“De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na het advies te hebben ingewonnen van de Federale Raad voor de geestelijke gezondheidszorgberoepen, de lijst vaststellen van de ondersteunende geestelijke gezondheidszorgberoepen alsook de algemene criteria voor de erkenning van de ondersteunende geestelijke gezondheidszorgberoepen.

De Koning kan, na het advies te hebben ingewonnen van de Federale Raad voor de geestelijke gezondheidszorgberoepen, de specifieke criteria bepalen die gelden voor ieder van de ondersteunende geestelijke gezondheidszorgberoepen.”