Getuigenissen

Therapie in tijden van corona

When written in Chinese, the word ‘crisis’ is composed of two characters. One represents danger and the other represents opportunity. (John F. Kennedy)

Reflecties bij de crisis

Dirk Monsieur, psychiater en psychotherapeut, combineert vakkennis en persoonlijke getuigenis in zijn reflecties bij de crisis. Hij nodigt ieder van ons uit om ons bewust te blijven van onze persoonlijke verhouding met de crisis omdat het ons helpt om betere beslissingen te nemen.

Empathie en creativiteit, dat is waar een systeemtherapeut op inzet (Medium, 24 april 2020)

Ethisch kransje (Medium, 6 mei 2020)

Interview: Hoe we mentaal om gaan met corona (Itinera, 15 mei 2020, transcriptie)

Beste regering, u heeft onze aandacht niet meer (Knack, 4 juni 2020)

‘Samen’ als prioriteit in de exitstrategie (Medium, 25 mei 2020)

Waarom de tweede golf erger gaat zijn (Medium, 13 juni 2020)

Dansen op een slappe koord

De start van de collectieve quarantaine ontlokte in eerste instantie een ‘wat nu’-gevoel. Niet alleen op persoonlijk maar zeker ook op professioneel vlak werd ik genoodzaakt om terug te plooien op mezelf. Aanvankelijk had ik hoofdzakelijk de idee dat ik als therapeut met ‘een beperking’ verder moest. Hoe moet dat dan, online gesprekken voeren? Kan ik op die manier wel voldoende kwaliteit garanderen? Moet ik mij niet enigszins bijscholen? Hoe kan ik voldoende veiligheid en privacy installeren? Welk deel van mijn woning wil ik laten zien? Corona trekt mij uit mijn comfortzone.

En trouwens, wat betekent hulp verlenen eigenlijk in deze omstandigheden? De essentie bestaat er in om te verbinden en zelfs dat lijkt momenteel een heuse klus. Hulp verlenen vraagt in deze tijd van crisis behoorlijk wat creativiteit en flexibiliteit. Het gaat er in de eerste plaats om dat we als therapeut in onze vertrouwde zorgende rol stappen, wuiven naar de cliënt vanop afstand – social distancing in acht genomen - en laten weten dat we er altijd zullen zijn. En dat gaat niet zonder slag of stoot.

Hulp vanop afstand is immers niet voor alle doelgroepen of therapievormen evident. De jonge kinderen zijn bijvoorbeeld niet altijd in staat om procesmatig connectie met een therapeut te maken op digitale wijze. Sommige cliënten geven uitdrukkelijk aan enkel met mij te willen praten ‘in het echt’. Voor anderen is de uitdaging dan weer te groot om voor een scherm te blijven zitten en in communicatie te gaan.

Bovendien zijn er een aantal praktische euvels die het therapeutisch proces kunnen verhinderen en mogelijks voor wat extra stress kunnen zorgen bij de hulpverlener in kwestie. Onze stiel hangt plots af van techniek. Als de wifi morgen beslist om er de brui aan te geven, valt het visuele aspect van onze werkrelatie meteen weg. Dergelijke situaties triggeren angst voor een soort systematische sensorische shutdown. En dat terwijl we als therapeut net al onze zintuigen inzetten en nodig hebben.

Daarnaast heb ik uiteraard eveneens bezorgdheden op vlak van de werkrelatie met mijn cliënt. Wat als deze crisis zorgt voor een kink in onze therapeutische kabel? Wat als de grote ontwikkelingssprong van de objectpermanentie plots niet meer zo evident is en de therapeut in hun beleving écht weg is? Heel wat kinderen zullen geen abstractie kunnen maken van de omstandigheden waarin we vertoeven. Wat als ze denken dat ze niet meer welkom zijn?

Verbinding niet verbroken

Vanuit deze bekommernissen ben ik op zoek gegaan naar tastbare, concrete symbolen die er hopelijk toe zullen leiden dat de ‘precoroniaanse draad’ zonder al te veel problemen terug opgepakt kan worden in postcoroniaanse tijden. Dit betekende bijvoorbeeld het uitlenen van een instrument per post, het geven van een schrift waarin getekend en geschreven kan worden, het per mail communiceren over welke pokémon er die dag gevangen zijn of het simpelweg versturen van een kaartje. De onderliggende boodschap moet duidelijk zijn: ook al ben ik fysiek niet in de buurt, toch blijf ik verbonden. Misschien moet het transitioneel object net nu massaal worden ingezet voor de kleinere exemplaren onder ons.

Een crisis schept altijd mogelijkheden en opportuniteiten. Een gesprek op blote voeten is zo bijzonder niet en de smiley’s tijdens een videocall brengen een humoristische noot met zich mee. Het heeft bij mij in elk geval wel geleid tot een minimale herdefiniëring van hulp verlenen en een maximale aanscherping van mijn (beperkte) creatieve vaardigheden. Misschien maakt deze corona-crisis van mij wel een betere therapeut.

Barbara, 9 april 2020

De pauzeknop

Ik wil er zijn voor mijn cliënten, nu misschien nog meer dan ooit. Net nu heel wat hulpverleners in het netwerk van mijn cliënten enkel nog van op afstand werken, hebben ze vaak extra nood aan echt menselijk contact. Ik voel het appèl van hen en het voelt als vanzelfsprekend om er op in te gaan. Al merk ik dat dit ook best wel wat spanning bij me teweeg brengt. Ja, ik probeer als het kan online of telefonisch af te spreken, maar de drempel is voor velen heel groot. Ik ben aan het wandelen gegaan met een aantal cliënten. Ik voel me echter minder echt aanwezig in het contact. Het is alsof de 1,5 m afstand houden heel erg op de voorgrond staat in mijn aanwezigheid bij mijn cliënt tijdens dit wandelen. Het werken face to face in de praktijk zelf verloopt ook niet helemaal stressvrij. De eerste keren was ik erg in de weer met het ontsmetten van klinken, extra verluchten, deuren openzetten zodat cliënten geen deuren hoeven aan te raken, de wachtkamer ontdoen van het te veel aan stoelen, tijdschriften,… en ik maakte me ook best wel wat zorgen over het mogelijks in gevaar brengen van mezelf, mijn gezin of cliënten door toch nog mensen face to face te zien. De afgelopen weken heb ik als therapeut veel twijfels en onrust ervaren waardoor ik mijn gaspedaal erg begon in te duwen. De Zoomvergaderingen met BWP deden me beseffen dat zelfzorg nu ook belangrijk is. Daarom druk ik deze week, zoals oorspronkelijk ook gepland, op de pauzeknop om weer goed in contact te komen met mezelf.

Sofie, 9 april 2020

Als ik zie hoe opgelucht deze kinderen zijn

Op 18 maart kwam de melding dat de face-to-face-therapie niet langer de regel kon zijn, maar de uitzondering moest zijn. Onmiddellijk dacht ik: “hoe kan ik speltherapie online geven”? Ik zag er geen beginnen aan… vragen aan een kind van 5 jaar om thuis te spelen, de ouder die dan filmt en ik die van achter mijn pc “meespeel”? Er werd dan ook besloten om de lopende therapieën on hold te zetten.

Meteen had ik twee grote zorgen. Ten eerste besefte ik dat ik geen enkel inkomen meer had. Hoe lang zou ik dat kunnen overbruggen? Ten tweede was ik mij bewust dat veel van die kinderen wel eens serieus in de problemen konden komen, nu hun therapie tijdelijk gestopt werd.

Na één week kwam al de eerste telefoon: een pleegmama met de handen in het haar. “Mijn pleegdochter is als een dier. Ze spreekt niet meer, gromt, tiert; ze pakt de choco en smeert die op de muren; ze kruipt rond; ze wil geen kledij meer dragen en loopt naakt door het huis;…”, vertelde de pleegmama. Twee dagen later kwam de volgende telefoon: “Mijn zoon houdt het niet meer. Hij vraagt constant of hij bij jou mag komen. Hij is enorm bezorgd omtrent zijn papa die in het buitenland zit en kan dit niet aan. Hij wil echt bij jou komen spelen”. En ja… daarna nog een telefoon: “mijn dochter slaapt niet meer en haar dwanghandelingen overmannen haar”.

Machteloos, het gevoel mijn cliëntjes in de steek te laten… Willen voldoen aan de regels, maar geen oplossing vinden voor de kinderen die speltherapie volgen. De vierde telefoon was de melding die me toch deed beslissen om die kinderen terug toe te laten in therapie, met héél strikte maatregelen. Handjes wassen bij het binnenkomen, geen wachtzaal (ouders blijven buiten), tussen elke cliënt 15 minuten om alles te ontsmetten,…

Het voelt raar. Het is ook een beetje beangstigend. Wat als een kind mij besmet? Wat als ik een kind besmet? Maar als ik zie hoe opgelucht deze kinderen zijn terug gehoord te worden en hun speltherapie te krijgen, dan ben ik blij dit toch te kunnen bieden. Al zal het fijn zijn als het weer “gewoon” zal kunnen.

Tine, 9 april 2020

In de media

Ik ben net zo bang als mijn patiënten (Gary Greenberg, De Standaard, 2 mei 2020)

Slechts één op de drie jongeren vindt de weg naar psychologische hulpverlening (Farida Zarouali, De Wereld Morgen, 28 mei 2020)